Kwaliteitsindicatoren set voor de palliatieve zorg

De indicatoren set bestaat uit:

  • een minimale set van 36 indicatoren

 

Minimale indicatorenset voor de palliatieve zorg in Vlaanderen

 

Indicator

 

Vraag in de vragenlijst

Beschrijving

Fysieke aspecten van zorg

  1. Algemene symptoomlast werd nagegaan

H

Heeft u of een andere hulpverlener de algemene symptoomlast van de patiënt geëvalueerd sinds opname of start palliatieve zorg?

  • Ja met instrument
  • Ja zonder een instrument
  • Nee

Teller: Aantal patiënten van wie de algemene symptoomlast werd geëvalueerd met een gevalideerde instrument

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Pijn werd gemeten

H

Heeft u of een andere hulpverlener pijn gemeten bij de patiënt sinds opname of start palliatieve zorg of na aanmelding bij de equipe?

  • Ja met een pijnschaal  
  • Ja zonder een pijnschaal 
  • Nee

Teller: Aantal patiënten dat een pijnmeting kreeg, met een pijnschaal

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Voldoende verbetering in pijn

H

Geef voor 3 opeenvolgende dagen (vandaag, gisteren en eergisteren) uw pijn weer via onderstaande vraag: welk cijfer van 0 (geen pijn) tot 10 (ergst mogelijke pijn) zou u geven voor pijn?

Eergisteren:

(geen pijn) 0 ---------- 10 (ergst mogelijke pijn)

Gisteren: idem

Vandaag: idem

Wordt u behandeld voor pijn?

  • Ja
  • Nee

Heeft de behandeling de pijn voor u in voldoende mate verbeterd?

  • Ja 
  • Nee

Teller: Aantal patiënten dat aangaf dat de behandeling de pijn voldoende verbeterd heeft

Noemer: Aantal patiënten met pijn

  1. Verwardheid (delirium) nagaan 

H

Heeft u of een andere hulpverlener verwardheid of delirium nagegaan bij de patiënt sinds opname of start palliatieve zorg of na de aanmelding bij de equipe?

  • Ja met een instrument
  • Ja zonder een instrument 
  • Nee 

Teller: Aantal patiënten van wie delirium werd geëvalueerd op een gevalideerde schaal

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Aanzienlijke verbetering in verwardheid (delirium

H

Bleek uit de assessment dat de patiënt verwardheid of delirium had?   

  • Ja
  • Nee (einde indicator)

Heeft u of een andere hulpverlener actie ondernomen om de verwardheid of het delirium bij deze patiënt te verminderen of weg te nemen?

  • Ja
  • Nee (einde indicator)

In welke mate vindt u dat er verbetering was na het de ondernemen van de actie om de verwardheid of het delirium te verminderen of weg te nemen?

  • volledige verbetering, verwardheid of delirium was weg
  • aanzienlijke verbetering
  • kleine verbetering
  • geen verbetering

 

Teller: Aantal patiënten bij wie er een aanzienlijke of volledige verbetering was in verwardheid na de behandeling ervan

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie verwardheid werd vastgesteld

  1. Verlichting van kortademigheid

H

Was de patiënt kortademig bij opname op de palliatieve eenheid?

  • Ja 
  • Nee 

Heeft u of een andere hulpverlener actie ondernomen om de kortademigheid bij deze patiënt te verlichten na opname of opstarten van de palliatieve zorg?

  • Ja 
  • Nee 

Hoelang, nadat de patiënt opgenomen werd opgenomen, na het eerste huisbezoek, of na de start van de begeleiding, werd verlichting van kortademigheid bereikt?

  • (uren-dagen)
  • Geen verlichting bereikt

Teller: Aantal patiënten bij wie de kortademigheid werd verlicht binnen 48 uur na de opname of het opstarten van de palliatieve zorg

Noemer: Totaal aantal patiënten met kortademigheid

Psychosociale aspecten van zorg

  1. Angst nagaan 

H

Bent u of een andere hulpverlener angst nagegaan bij de patiënt sinds de opname of start van de palliatieve zorg of na de aanmelding bij de equipe?

  • Ja met een instrument
  • Ja zonder een instrument 
  • Nee 

Teller: Aantal patiënten van wie angst werd geëvalueerd op een gevalideerde schaal

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Voldoende verbetering in angst

P

Geef voor 3 opeenvolgende dagen (vandaag, gisteren en eergisteren) uw angst weer via onderstaande vraag: welk cijfer van 0 (geen angst) tot 10 (ergst mogelijke angst) zou u geven voor angst? (onder angst verstaan we gevoelens zoals ongerustheid, je niet op je gemak voelen maar ook paniek)

Eergisteren: 

(geen angst) 0 ------- 10 (ergst mogelijke angst)

Gisteren: idem

Vandaag: idem

Krijgt u begeleiding bij angst? 

  • Ja
  • Nee

Heeft deze begeleiding de angst voor u in voldoende mate verbeterd? 

  • Ja 
  • Nee

 

 

 

 

Teller: Aantal patiënten dat aangaf dat de begeleiding de angst voldoende verbeterd heeft

Noemer: Aantal patiënten met angst

  1. Regelmatig praten over gevoelens en bezorgdheden 

P

Kan u met uw hulpverleners praten over uw gevoelens en bezorgdheden?

  • Ja, regelmatig
  • Ja, soms
  • Ja, een enkele keer
  • Nee

 

Teller: Aantal patiënten dat aangeeft dat ze regelmatig met de hulpverleners kunnen praten over hun gevoelens en bezorgheden

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Regelmatig praten over zingeving en/of religie 

P

Kan u met uw hulpverleners praten over zingeving en religie?

  • Ja, regelmatig
  • Ja, soms
  • Ja, een enkele keer
  • Nee

Teller: Aantal patiënten dat aangaf dat ze regelmatig met hun hulpverleners kunnen praten over zingeving en/of religie

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Kwaliteit van leven scoort 5 of meer op een schaal van 1 tot 10

P

Wanneer u alle aspecten van uw leven in beschouwing neemt – lichamelijk, psychologisch, sociaal, spiritueel, existentieel en financieel- was uw kwaliteit van leven in de afgelopen 2 dagen dan:

(erg slecht) 0 ---------------------- 10 (uitstekend)

Teller: Aantal patiënten met een score van 5 of meer op een schaal van 0 tot 10 voor levenskwaliteit

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Respect voor persoonlijke wensen  

P

Krijgt u van uw hulpverleners ruimte om uw dag in te delen?

  • altijd
  • meestal
  • soms
  • nooit-

In welke mate kan u mee beslissen over uw zorg?

  • altijd
  • meestal
  • soms
  • nooit

In welke mate houden uw hulpverleners rekening met uw persoonlijke wensen?

  • altijd
  • meestal
  • soms
  • nooit

Teller: Aantal patiënten dat aangaf dat de hulpverleners meestal of altijd hun persoonlijke wensen respecteerden en meestal of altijd ruimte kregen om hun dag in te delen en mee te beslissen over de zorg  

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

Informatie, communicatie en zorgplanning met de patiënt

  1. De juiste hoeveelheid informatie ontvangen over diagnose

P

Krijgt u de juiste hoeveelheid informatie over volgende onderwerpen?

Diagnose: 

  • de juiste hoeveelheid 
  • minder dan nodig 
  • meer dan nodig 

Teller: Aantal patiënten dat de juiste hoeveelheid informatie kreeg over de diagnose

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. De juiste hoeveelheid informatie ontvangen over de nog te verwachten evolutie van hun ziekte 

P

Krijgt u de juiste hoeveelheid informatie over volgende onderwerpen?

Over de nog te verwachten evolutie van mijn ziekte?

  • de juiste hoeveelheid 
  • minder dan nodig 
  • meer dan nodig 

Teller: Aantal patiënten dat de juiste hoeveelheid informatie kreeg over de nog te verwachten evolutie van hun ziekte

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. De juiste hoeveelheid informatie ontvangen over opties op vlak van zorg aan het levenseinde 

P

Krijgt u voldoende informatie over volgende onderwerpen?

Opties op vlak van zorg aan het levenseinde: 

  • de juiste hoeveelheid 
  • minder dan nodig 
  • meer dan nodig 

Teller: Aantal patiënten dat de juiste hoeveelheid informatie kreeg over opties op vlak van zorg aan het levenseinde

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Duidelijke en niet tegenstrijdige informatie ontvangen

P

Leggen uw hulpverleners u dingen op een begrijpelijk manier uit?

  • altijd
  • meestal
  • soms
  • nooit

Geven uw hulpverleners u tegenstrijdige informatie?

  • altijd
  • meestal
  • soms
  • nooit

Teller: Aantal patiënten dat aangeeft dat ze altijd begrijpelijke en nooit tegenstrijdige informatie hebben gekregen

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Zorgdoelen werden besproken

H

Heeft de (huis)arts ooit met de patiënt gesproken over zijn of haar wensen in verband met de doelen van de zorg?

  • Ja, meerdere keren
  • Ja, een enkele keer
  • Nee
  • Ik weet het niet

Teller: Aantal patiënten met wie de (huis)arts sprak over hun wensen in verband met de zorgdoelen

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Levenseinde beslissingen werden besproken 

H

Heeft u of een andere hulpverlener bij de patiënt of diens vertegenwoordiger navraag gedaan over hoe deze dacht over beslissingen rond het levenseinde?

(Hieronder verstaan we onder andere het stoppen van levensverlengende behandelingen zoals chemotherapie of bepaalde medicatie, het toedienen van medicatie met als bedoeling het bewustzijn te verminderen (palliatieve sedatie) of euthanasie)

  • Ja 
  • Nee 

Teller: Aantal patiënten (of vertegenwoordigers) bij wie navraag gedaan werd over hoe deze dacht over beslissingen rond het levenseinde

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

Informatie, communicatie en zorgplanning met de naasten

  1. Juiste hoeveelheid informatie ontvangen over de toestand van de patiënt

N

Kreeg u van de arts of een andere hulpverlener voldoende informatie over de volgende onderwerpen?

De toestand van uw naaste

  • de juiste hoeveelheid 
  • minder dan nodig 
  • meer dan nodig

Teller: Aantal nabestaanden dat de juiste hoeveelheid informatie ontving over de toestand van de patiënt

Noemer: Totaal aantal nabestaanden bij wie deze indicator werd gemeten  

  1. Juiste hoeveelheid informatie ontvangen over voor- en nadelen van behandelingen

 

Kreeg u van de arts of een andere hulpverlener voldoende informatie over de volgende onderwerpen

Over voor- en nadelen van verschillende behandelingen

  • de juiste hoeveelheid 
  • minder dan nodig 
  • meer dan nodig

Teller: Aantal nabestaanden dat de juiste hoeveelheid informatie ontving over de voor- en nadelen van behandelingen

Noemer: Totaal aantal nabestaanden bij wie deze indicator werd gemeten  

  1. Nabestaanden dat de juiste hoeveelheid informatie ontving over het naderende sterven van de patiënt

N

Kreeg u van de arts of een andere hulpverlener voldoende informatie over de volgende onderwerpen

Over het naderende sterven van uw naaste de juiste hoeveelheid

  • de juiste hoeveelheid 
  • minder dan nodig 
  • meer dan nodig

Teller: Aantal nabestaanden dat de juiste hoeveelheid informatie ontving over het naderende sterven van de patiënt

Noemer: Totaal aantal nabestaanden bij wie deze indicator werd gemeten    

Informatie, communicatie en zorgplanning tussen de hulpverleners onderling

  1. Voldoende frequent multidisciplinair overleg

H

Hoe vaak heeft in de afgelopen maand voor deze patiënt een formeel multidisciplinaire overlegmoment plaatsgevonden tussen de hulpverleners om de zorgdoelen en/of opties op vlak van palliatieve zorg te bespreken? 

(Hierbij waren minstens 3 personen aanwezig waaronder minstens 1 arts, minstens 1 verpleegkundige en minstens 1 hulpverlener van een andere discipline (bv. een psycholoog, een maatschappelijk werker, een pastor, ...)

  • 1 keer
  • minder dan 1 maal per week
  • ongeveer 1 maal per week
  • ongeveer dagelijks
  • er vond (nog) geen formeel multidisciplinair gesprek plaats

Teller: Aantal patiënten over wie minstens 1 maal per week een formeel multidisciplinair overleg over de zorgdoelstellingen van de patiënt plaatsvond

Noemer: Totaal aantal patiënten langer dan 1 week/1 maand onder begeleiding van de service

Exclusie: Patiënten met een verblijfsduur van minder dan 7 dagen(PE/PST) of minder dan 1 maand (MBE)

Type van zorg en omstandigheden rond het overlijden

  1. Overlijden aanvaard

N

Hoe vaak kon uw naaste zijn of haar naderende overlijden aanvaarden?

  • altijd
  • bijna altijd
  • een groot deel van de tijd
  • soms
  • zelden
  • nooit

Teller: Aantal patiënten die altijd of bijna altijd het naderende overlijden hadden aanvaard

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Tijd samen voor het overlijden

N

Hoe vaak spendeerde uw naaste tijd met familie en vrienden voor het overlijden?

  • altijd
  • bijna altijd
  • een groot deel van de tijd
  • soms
  • zelden
  • nooit

Teller: Aantal patiënten die altijd of bijna altijd tijd spendeerden met familie en vrienden voor het overlijden

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Kwaliteit van sterven (bij hulpverlener en nabestaande)

N

Zou u willen aangeven op een schaal van 0 tot 10 hoe u de kwaliteit van overlijden van uw naaste ervaren heeft? 

(ergst mogelijke dood) 0 ------------10 (best mogelijke dood)

Teller: Aantal patiënten dat helemaal of grotendeels comfortabel was in de laatste week voor overlijden

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Start van palliatieve zorg door het team minstens 1 week (PE) of 2 weken (MBE en PST) voor overlijden 

H

Deze indicator kan berekend worden op basis van de gegevens uit de checklist.

Teller: Aantal patiënten die ten minste 1 week (PE/PST) of 2 weken (MBE) palliatief zorg kregen door het palliatief team

Noemer: Totaal aantal patiënten die gestorven zijn onder begeleiding van het palliatief team

  1. Geen opnames op spoed*

H

Denk aan de start van de palliatieve begeleiding door het team. Werd de patiënt sinds dit moment opgenomen op de spoedafdeling?

  • Nooit
  • 1 keer
  • 2 keer
  • 3 keer of meer
  • Ik weet het niet

Teller: Aantal patiënten dat niet werd overgebracht naar de spoedafdeling sinds de opname of het opstarten van de palliatieve zorg

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

* enkel voor PST en MBE

  1. Comfortabel in de laatste week voor overlijden

H

Hoe vaak was de patiënt comfortabel (wat betreft symptomen zoals pijn, angst, kortademigheid) in de laatste week voor overlijden?

  • altijd
  • bijna altijd
  • een groot deel van de tijd
  • soms
  • zelden
  • nooit

Teller: Aantal patiënten die altijd of bijna altijd comfortabel waren in de laatste week voor overlijden volgens de hulpverleners

Noemer: Totaal aantal patiënten die minstens 3 dagen begeleid werden door de palliatieve voorziening

Coördinatie en continuïteit van zorg

  1. Informatie over zorg- en behandeldoelen doorgekregen

N

Kreeg u van de (huis)arts de informatie over de zorg- en behandeldoelen van de patiënt door?

  • Ja 
  • Nee, we hebben er wel naar gevraagd
  • Nee, we hebben er ook niet naar gevraagd

Teller: Aantal patiënten bij wie de hulpverleners informatie over de zorg- en behandeldoelen kregen tijdens of na de opname of aanmelding

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Patiëntendossier up-to-date gehouden

H

Welk van volgende informatie werd binnen de 48u na opname of na opstarten van palliatieve zorg of na het eerste huisbezoek in het dossier genoteerd?

  • Fysieke problematiek van de patiënt
  • Psychische noden van de patiënt
  • Spirituele noden van de patiënt
  • Sociale problematiek van de patiënt
  • Functionele assessment van de patiënt
  • Documentatie t.a.v. de gewenste zorg van de patiënt

Teller: Aantal patiënten voor wie voor wie de fysieke problematiek, psychische noden, spirituele noden, sociale problematiek, functionele assessment en documentatie t.a.v. de gewenste zorg binnen 48 uur na de opname (PE) of het starten van de palliatieve zorg(PST) of het eerste huisbezoek (MBE) werden ingevoerd in het dossier

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Wekelijks contact met huisarts 

H

Had de huisarts nog contact met de patiënt sinds de opname of start van de begeleiding?

  • Ja, via de telefoon
  • Ja, in levende lijve
  • Ja, zowel via de telefoon als in levende lijve
  • Nee

Hoe vaak heeft u de patiënt nog gehoord of gezien sinds de opname of de start van de begeleiding?

  • Elke dag
  • Een paar keer per week
  • Elke week
  • Elke maand
  • Minder dan 1 keer per maand

Teller: Aantal patiënten dat wekelijks contact had met hun huisarts sinds de opname of start van de begeleiding (persoonlijk of aan de telefoon).   

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

Steun aan naasten

  1. Regelmatig spreken over zorgen voor de naaste 

N

Spraken de hulpverleners met u over wat het voor u betekende om voor uw zieke naaste te zorgen? 

  • Ja, regelmatig
  • Ja, soms
  • Ja, een enkele keer
  • Nee 

Teller: Aantal nabestaanden dat aangaf dat de hulpverleners regelmatig met hen spraken over wat het voor hen betekende om voor hun zieke naaste te zorgen

Noemer: Totaal aantal nabestaanden die zorgden voor hun zieke naaste

  1. Regelmatig praten over gevoelens en bezorgdheden

N

Kon u met de hulpverleners praten over uw gevoelens en bezorgdheden?

  • Ja, regelmatig
  • Ja, soms
  • Ja, een enkele keer
  • Nee

Teller: Aantal nabestaanden dat aangaf ze regelmatig konden praten over hun gevoelens en bezorgheden met de zorgverleners

Noemer: Totaal aantal nabestaanden bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Regelmatig praten over zingeving en/of religie

N

Kon u met uw zorgverleners praten over zingeving en/of religie?

  • Ja, regelmatig
  • Ja, soms
  • Ja, een enkele keer
  • Nee

Teller: Aantal nabestaanden dat aangaf dat ze regelmatig met hun hulpverleners konden praten over zingeving en/of religie

Noemer: Totaal aantal patiënten bij wie deze indicator werd gemeten

  1. Voldoende gesteund na het overlijden

N

In welke mate voelde u zich gesteund door de hulpverleners na het overlijden van uw naaste?

  • zeer veel
  • veel
  • noch veel, noch weinig
  • weinig
  • zeer weinig

In welke mate kon u bij de hulpverleners terecht na het overlijden van uw naaste?

  • zeer veel
  • veel
  • noch veel, noch weinig
  • weinig
  • zeer weinig

Heeft u na het overlijden van uw naaste informatie ontvangen over de mogelijkheden van nazorg? 

  • Ja 
  • Nee

Teller: Aantal nabestaanden dat zich gesteund voelde na het overlijden van de patiënt en geïnformeerd werd over de mogelijke nazorg

Noemer: Totaal aantal nabestaanden bij wie deze indicator werd gemeten  

  1. Voldoende hulp bij het zorgproces

N

Had u het gevoel dat u zoveel hulp en steun kreeg van de hulpverleners als u nodig had om te zorgen voor uw naaste?

  • ja, zoveel hulp als ik nodig had 
  • nee, ik kreeg niet voldoende hulp
  • ik had geen behoefte aan hulp

Teller: Aantal nabestaanden dat zoveel hulp als nodig kreeg bij het zorgproces

Noemer: Totaal aantal nabestaanden die hulp nodig hadden bij het zorgproces

 

 

De volledige indicatoren set inclusief structuur indicatoren en optionele modules is hier raadpleegbaar.

Nike

 
Share this
Deel dit bericht